Dit is een belasting voor een eigenaar en voor een gebruiker (huurder) van een onroerende zaak. De grondslag voor de belasting is de waarde van die onroerende zaak. Bepalend voor de belastingplicht is de situatie op 1 januari van het belastingjaar. Voorbeelden van onroerende zaken zijn: fabrieken, bedrijfsgebouwen, winkels en woningen. De waarde van de onroerende zaak is in principe gelijk aan de waarde zoals die is vastgesteld door middel van de waardebeschikking. De OZB bestaat uit een drietal belastingen, te weten de eigenarenbelasting woningen, de gebruikersbelasting niet-woningen en de eigenarenbelasting niet-woningen.
Eigenarenbelasting: diegene die op 1 januari van het belastingjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is belastingplichtig (diegene die op 1 januari binnen het kadaster staat ingeschreven als de zakelijk gerechtigde). Dit heeft betrekking op de eigenaar van een woning of de eigenaar van een niet-woning.
Gebruikersbelasting: diegene die op 1 januari van het belastingjaar een onroerende zaak al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht gebruikt, is belastingplichtig. Deze belasting geldt met ingang van 2006 alleen nog voor het gebruik van niet-woningen.
Voor de eigenaren- en de gebruikersbelasting gelden verschillende tarieven.